IFAD 13/07
Den Haag, 8 november 2007 – IFAD is bezorgd dat de internationale ontwikkelingsgemeenschap wel zegt dat landbouw een belangrijk hulpmiddel is voor ontwikkeling, maar dit niet met voldoende financiële investering uitvoert, zei IFAD voorzitter Lennart Båge.
Het hoofd van de VN-organisatie is in Den Haag om Nederlandse regeringsleiders te ontmoeten, zoals de minister voor ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders en minister voor landbouw Gerda Verburg. Tijdens zijn verblijf in Den Haag zal Båge eveneens een publieke lezing geven, getiteld ‘Herleving van landbouw in ontwikkelingshulp’ aan het Institute of Social Studies (ISS) op maandag 12 november om 15.15 u. Alle media zijn uitgenodigd om deze bij te wonen.
Het recent gepubliceerde World Bank 2008 World Development Report on Agriculture voert overtuigende argumenten aan om meer te investeren in de landbouwsector in arme landen.
“Meer dan 75 procent van de één miljard arme mensen die overleven met minder dan een dollar per dag leven in rurale gebieden,” zei Båge. “Toch gaat minder dan vijf procent van alle ontwikkelingshulp naar de landbouwsector waarvan zij afhangen voor hun levensonderhoud.”
“Landbouwinvestering is gedurende 20 jaar gestagneerd,” zei hij. “De huidige hernieuwde interesse voor landbouw is welkom, maar moet ondersteund worden met de juiste hoeveelheid fondsen.”
In het ISS zal Båge deelnemen aan de lancering van het boek Polishing the Stone, een recent gepubliceerd boek dat een deel van IFAD’s kennis en ervaring deelt inzake het promoten van gender gelijkheid in rurale ontwikkelingsprojecten. Het boek kwam tot stand met de steun van de Nederlandse regering en het Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika (CEDLA).
Een grotere investering in landbouw is essentieel om de Millenniumdoelstellingen om wereldarmoede te verkleinen, te bereiken
“Internationale donoren moeten landbouwinvesteringen beduidend opdrijven, zoniet zullen we de Millenniumdoelstellingen niet halen om tegen 2015 het aantal mensen dat in extreme armoede en honger leeft, te halveren,” zei Båge.
Landbouw kreeg 18 procent van het geheel aan overzeese ontwikkelingshulp (ODA) in 1979; in 2004 was dit maar 3.5 procent. Er is een recente opleving van ODA geweest, maar dit gebeurde eerder in de vorm van schuldverlichting dan sectoriële hulp. Bovendien was de voornaamste groei in de sociale sector, niet in de landbouw.
Nederland is één van ‘s werelds meest genereuze voorstanders van landbouwontwikkeling. Tussen 1998 en 2005 was het land de vijfde grootste ODA donor inzake Afrikaanse landbouw en rurale ontwikkeling. Nederland is eveneens een gewaardeerd lid van IFAD.
Klimaatverandering: zorg ervoor dat de armen deel uitmaken van de oplossing
Båge waarschuwde eveneens dat de arme rurale bevolking en vooral de vrouwen onder hen, die vaak verantwoordelijk zijn voor het water halen en het vee houden, de hoogste prijs zullen betalen voor klimaatveranderingen. Zij moeten dus eveneens deel uitmaken van de oplossing.
“Als beheerders van land, water en bossen kunnen zij een belangrijke rol spelen bij verzachtende maatregelen,” zei hij.
Vele IFAD gefinancierde projecten proberen om de arme rurale bevolking te helpen bij het aannemen van betere gewoonten inzake landgebruik die niet enkel hun inkomens een zetje geven en helpen om zich te onttrekken aan armoede, maar eveneens er toe bijdragen om beduidende hoeveelheden koolstof in de grond te houden.
In Kameroen bijvoorbeeld steunt IFAD het programma van het World Agroforestry Centre inzake domesticatie van bomen. Dit heeft duizenden boeren geholpen om voordeel te halen uit de domesticatie, teelt en verkoop van fruit en geneeskrachtige bomen. Het planten van bomen heeft eveneens belangrijke gevolgen voor het milieu aangezien bomen koolstofdioxide, één van de voornaamste broeikasgassen, absorberen.
“De arme rurale bevolking heeft getoond dat het doeltreffende beheerders kunnen zijn van de natuurlijke rijkdommen,” zei Båge. “Maar zij moeten toegang krijgen tot de technologie en de financiële middelen die zij nodig hebben.”
IFAD werkt samen met partners uit de internationale ontwikkelingsgemeenschap, zoals de andere in Rome gehuisveste VN-bureaus inzake voedsel, namelijk de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en het Wereldvoedselprogramma (WFP).
“De drie bureaus onderzoeken manieren om hun samenwerking uit te breiden, ook op landelijk niveau, als een zeer belangrijk aspect van onze gezamenlijke bijdrage tot het behalen van de Millenniumdoelstellingen,” zei Båge.
IFAD is een internationale financiële instelling en een gespecialiseerde VN-organisatie, toegewijd aan het uitroeien van armoede en honger in rurale gebieden of ontwikkelingslanden. Via lage interest leningen en toelagen ontwikkelt en financiert IFAD programma’s en projecten die de arme rurale bevolking in staat stelt om zelf armoede te overwinnen. Er zijn 191 door IFAD gesteunde programma’s en projecten aan de gang die rurale armoede willen uitroeien, goed voor 6.6 miljard dollar. IFAD heeft 3.1 miljard dollar geïnvesteerd, met cofinanciering van partners zoals regeringen, deelnemers van projecten, multilaterale en bilaterale donoren. Deze initiatieven zullen ongeveer 82 miljoen arme rurale vrouwen en mannen helpen om betere levenskansen voor zichzelf en hun familie te verwerven. Sinds de start van de werkzaamheden in 1978 heeft IFAD 9.8 miljard dollar geïnvesteerd in 751 programma’s en projecten die meer dan 310 miljoen arme rurale mannen en vrouwen hebben bereikt. Regeringen en andere financiële bronnen in begunstigde landen, inclusief projectmedewerkers, droegen 9.2 miljard dollar bij. Multilaterale, bilaterale en andere donoren zorgden voor 7.2 dollar aan cofinanciering.